Consulaat-Generaal van België in Jeruzalem
Home Consulaat-Generaal in Jeruzalem Geschiedenis van het Consulaat-Generaal

Geschiedenis van het Consulaat-Generaal

Reeds in 1850 beschikt België over een netwerk van ereconsulaten in de toenmalige Ottomaanse provincie Syrië, meer bepaald in Beiroet, Jaffa, Tripoli en Akko. Het ereconsulaat in Jeruzalem wordt in 1851 opgericht, met als voornaamste doel de wederopbouw van de monumenten van Godfried van Bouillon en Boudewijn van Vlaanderen in de Heilige Grafkerk. Op voorstel van de Legatie in Constantinopel wordt graaf Pizzamano de eerste Belgische ereconsul in Jeruzalem.

Na het overlijden van graaf Pizzamano in 1860 duurt het tot 1908 wanneer de Belgische regering een nieuwe ereconsul aanwijst: de Italiaanse chirurg Mancini. Op dat ogenblik zijn er drie Belgische consulaten in Palestina: in Jaffa, Haifa en Jeruzalem.

In het begin van de jaren 1920 beoogt het Vaticaan de oprichting van een Permanente Katholieke Commissie in Jeruzalem, met daarbij een vertegenwoordiging van alle katholieke landen. De Belgische regering wenst hiervan deel uit te maken en creëert een beroepsconsulaat in Jeruzalem. Aan het hoofd staat de diplomaat J.H.A. Verbruggen. Wegens budgettaire redenen wordt het beroepsconsulaat in 1926 opnieuw een ereconsulaat.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog opent de diplomaat T.J. Clément op 1 maart 1941 het consulaat-generaal in Jeruzalem. Vanaf dan wordt de post geleid door beroepsdiplomaten.

De historische gebeurtenissen van 1948 en 1967 wijzigen de jurisdictie van het consulaat-generaal grondig. In het kader van het Verdelingsplan (1947), zoals voorzien door resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de VN, wordt Jeruzalem aangeduid als een Corpus Separatum, een aparte enclave onder internationale controle. De jurisdictie van het consulaat-generaal wordt gebaseerd op dat bijzonder statuut, ook al wordt het plan nooit toegepast. Vanaf 1948 wordt de post ook verantwoordelijk voor wat men vandaag de Westelijke Jordaanoever noemt. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 wordt de Gazastrook toegevoegd aan het rechtsgebied van de post.

De territoriale bevoegdheid van het consulaat-generaal omvat bijgevolg zowel Jeruzalem (het Corpus Separatum) als de door Israël in 1967 bezette gebieden (Westelijke Jordaanover en Gaza). Deze rechtsmacht geeft de post, die rechtsreeks afhangt van de hoofdstad, een bijzondere positie die zij deelt met de acht andere consulaten-generaal in Jeruzalem.

Na de ondertekening van de Oslo-akkoorden in 1993 wordt een bijkomende activiteit toevertrouwd aan het consulaat-generaal. De post wordt de politieke vertegenwoordiging van ons land bij de pas gecreëerde Palestijnse Autoriteit. De diplomatieke relaties met de staat Israël blijven tot de exclusieve bevoegdheid van ambassade in Tel Aviv behoren.

Tot slot is de consul-generaal sinds 2008 ook de permanente vertegenwoordiger bij UNRWA, het VN-programma voor de hulp aan de Palestijnse vluchtelingen.